Een fiets uitgerust met handwatten

Handwatten zijn zachte omhulsels die over de normale handvatten van het  stuur geschoven worden. Deze handwatten nodigen de fietser uit om het stuur zachtjes vast te houden. Bij een eerste gebruik wordt de fietser aangeraden om de handwatten plat te knijpen. De ervaring bij het fietsen is dan ongeveer dezelfde als bij gewone harde handvatten. Naarmate men meer vertrouwt raakt met de handwatten, kan men ze meer laten ontspannen. De uiteindelijke situatie is die waarbij de handen zó zachtjes op de handwatten liggen, dat men bijna met losse handen rijdt.

 

Als je met losse handen rijdt, dan slaat het stuur verder uit.

Het zachtjes (in vergelijking met stevig) vasthouden van het stuur heeft twee gevolgen:

  1. Het stuur slaat verder uit bij verstoringen, vooral bij lage snelheid. Er zijn twee soorten verstoringen: (1) bewegingen van het lichaam die de fiets doen kantelen, en (2)  verstoringen  door een ongelijk wegdek.
  2. Het is makkelijker om het stuur snel te draaien. Dit komt omdat de armspieren minder gespannen en daardoor minder stijf zijn.

Rijden met de handen zachtjes op de handwatten vereist een andere rijtechniek dan wanneer men het stuur stevig vasthoudt:

  1. De fietser moet meer en snellere stuurcorrecties maken.
  2. De fietser moet meer gebruik maken van gewichtsverplaatsingen om rechtop te blijven.

 

1. Meer en snellere stuurcorrecties

Vooral bij lage snelheid is er een groot verschil tussen rijden met een stuur dat stevig vastgehouden wordt en rijden met de handen zachtjes op de handwatten. Omdat het stuur veel meer uitslaat, vereist het rijden met handwatten veel meer correcties. Maar omdat de armspieren ook veel minder stijf zijn, zijn stuurcorrecties ook gemakkelijker uit te voeren. Op lage snelheid met handwatten rijden kan alleen als de fietser geleerd heeft verstoringen snel te detecteren en te corrigeren.

 

2. Rechtop blijven met behulp van gewichtsverplaatsingen

Ook al sturen de meeste fietsen licht, naarmate ons contact met het stuur zachter wordt, kunnen wij minder gebruik maken van stuurimpulsen om rechtop te blijven. De meest extreme situatie is rijden met losse handen, en hier wordt de fiets uitsluitend rechtop gehouden door onze gewichtsverplaatsingen. In vergelijking met het effect van stuurimpulsen, is het effect van gewichtsverplaatsingen veel trager. Daarom is rijden met losse handen alleen mogelijk nadat wij eerst geleerd hebben om onze fiets rechtop te houden met een heel zacht contact met het stuur.

Een belangrijke vereiste voor het zonder-stuur-rechtop-houden van de fiets is dat wij leren om ons zwaartepunt boven het kantelpunt van de fiets te houden. Wij hebben soms ons zwaartepunt naast het kantelpunt en compenseren dit door (tegen) te sturen in de juiste richting. Wij merken dit pas als wij met losse handen proberen te fietsen, want dan gaat onze fiets plotseling niet meer rechtdoor. Als dit het geval is, dan hebben wij ons stuur dus nodig om onze fiets rechtop te houden en rechtdoor te rijden. Door te leren fietsen met een zachte aanraking van het stuur (uitgenodigd door de handwatten), leren wij om ons zwaartepunt boven het kantelpunt te houden.