Kantelen in de bocht
Hoe rijd je met een fiets door de bocht? Voor veel fietsers is het vanzelfsprekende antwoord “Door het stuur te draaien in de richting van de bocht.” Toch is dit antwoord niet correct, want een fiets verandert van richting door hem te laten kantelen naar de binnenzijde van de bocht (naar binnen leunen). De functie van het stuur verschilt naargelang de snelheid: bij een lage snelheid, gebruikt men het stuur om overeind te blijven (je evenwicht te bewaren), en bij een hoge snelheid gebruikt men het stuur om de fiets in de bocht te laten kantelen (maar dan drukt men het stuur wel de andere kant op; zie Tegensturen).

Fietsers die meestal traag rijden herkennen zich vaak niet in deze uitleg, en daar zijn twee redenen voor:

  1. Hoe trager men rijdt, hoe minder de fiets moet kantelen om door de bocht komen.
  2. Hoe trager men rijdt, hoe meer men stuurimpulsen en gewichtsverplaatsing moet gebruiken om het evenwicht te bewaren. Je ziet dan een fietser die licht zwabberend door de bocht rijdt.

De noodzaak van naar binnen kantelen wordt onmiddellijk duidelijk als een fietser snel door een scherpe bocht wil gaan. Hoe hoger de snelheid, en hoe scherper de bocht, hoe meer de fiets naar binnen moet kantelen om de bocht te halen.

Voor beginnende e-bikers, die de hogere snelheid niet gewoon zijn, is kantelen vaak een bron van problemen. Een typisch scenario is dat van een fietser die de bocht niet haalt omdat hij niet verder naar binnen durft te kantelen. Het nemen van een bocht begint altijd met het maken van een inschatting (vóór de bocht) van de eigen snelheid en de scherpte van de bocht, en de snelheid wordt zo nodig aangepast.